{"id":29589,"date":"2023-10-10T11:48:57","date_gmt":"2023-10-10T11:48:57","guid":{"rendered":"https:\/\/www.hri-research.org\/?page_id=29589"},"modified":"2023-10-10T12:25:41","modified_gmt":"2023-10-10T12:25:41","slug":"werkelijke-resultaten","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/homeopathie-faqs\/werkelijke-resultaten\/","title":{"rendered":"Werkelijke resultaten"},"content":{"rendered":"<p>Voor leveranciers, pati\u00ebnten en\u00a0 klinisch medici is het belangrijkste, niet hoe goed een behandeling blijkt te zijn onder de kunstmatige gecontroleerde omstandigheden van een \u2018gerandomiseerde, gecontroleerde proef\u2019 (RCT), maar hoe de resultaten in de klinische praktijk zijn.<\/p>\n<p>Bewijs uit \u2019niet-gecontroleerde <a href=\"https:\/\/www.hri-research.org\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Observational-studies-of-homeopathy-Sept-2018.pdf\">waarnemingsstudies<\/a>\u2019 geeft inzicht in de veranderingen bij pati\u00ebnten die een behandeling door homeopaten hebben gekregen. Deze onderzoeken laten constant zien dat pati\u00ebnten klinisch verbeteren na die homeopathische behandeling (vaak van chronische, moeilijk te behandelen ziekten); sommige onderzoeken laten bovendien zien waar de NHS als geheel economisch voordeel kan behalen, namelijk bij het minder voorschrijven van conventionele geneesmiddelen.<\/p>\n<p><span class=\"embed-youtube\" style=\"text-align:center; display: block;\"><iframe loading=\"lazy\" class=\"youtube-player\" width=\"520\" height=\"293\" src=\"https:\/\/www.youtube.com\/embed\/TTbs_Xlk6bk?version=3&#038;rel=1&#038;showsearch=0&#038;showinfo=1&#038;iv_load_policy=1&#038;fs=1&#038;hl=nl-NL&#038;autohide=2&#038;wmode=transparent\" allowfullscreen=\"true\" style=\"border:0;\" sandbox=\"allow-scripts allow-same-origin allow-popups allow-presentation allow-popups-to-escape-sandbox\"><\/iframe><\/span><\/p>\n<h3><span class=\"accent\">Verenigd Koninkrijk<\/span><\/h3>\n<p>Er zijn vijf onderzoeken gepubliceerd, uitgevoerd tussen 1999 tot heden, die de resultaten laten zien van pati\u00ebnten die in de homeopathische ziekenhuizen van de NHS zijn behandeld. Ondanks de positieve resultaten is NHS Engeland gestopt met het vergoeden van homeopathie.<a name=\"Liverpool\"><\/a><\/p>\n<p class=\"no-margin\"><strong><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/11479784\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Liverpool <\/a><\/strong>(2001)<br \/>\nEen onderzoek naar de effecten op de afdeling homeopathische geneeskunde in 1999-2000 volgde <strong>1100 pati\u00ebnten <\/strong>gedurende 12 maanden <a href=\"https:\/\/pubmed.ncbi.nlm.nih.gov\/11479784\/\"><strong><sup>1<\/sup><\/strong><\/a>; <strong>76,6% rapporteerde een verbetering <\/strong>van de ziekte vanaf het begin van de homeopathische behandeling en <strong>60,3% beschouwde die verbetering<\/strong> groot. 814 Pati\u00ebnten kregen een conventionele behandeling voor hun aandoening en 424 (52%) daarvan konden de conventionele medicatie verminderen of afbouwen.<p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f3a1\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f3a1\">De belangrijkste aandoeningen die waren behandeld waren osteo-artritis, eczeem, CVS, astma, angsten, hoofdpijn, aderontsteking en PDS.<\/div><!-- nl --><a name=\"London\"><\/a><\/p>\n<p class=\"no-margin\"><strong><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/15022657\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Royal London Homeopathic Hospital<\/a> <\/strong>(2003)<br \/>\nEen <strong>onderzoek onder 500 pati\u00ebnten<\/strong> van het RLHH liet zien dat veel pati\u00ebnten hun conventionele medicatie kon afbouwen of verminderen na een homeopathische behandeling.<sup><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/15022657\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">2<\/a><\/sup><p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f3c6\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f3c6\">De mate van verbetering verschilde per diagnose; bijvoorbeeld 72% van pati\u00ebnten met huidklachten gaf aan de conventionele medicatie te kunnen stoppen of verminderen, Dat gold niet voor pati\u00ebnten met kanker. De studie toornde ook aan dat veel pati\u00ebnten homeopathische hulp inroepen omdat ze zich zorgen maken over de veiligheid van de conventionele behandeling.<\/div><!-- nl --><a name=\"Bristol\"><\/a><\/p>\n<p><strong><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/16296912\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Bristol Homeopathic Hospital <\/a><\/strong>(2005)<br \/>\nEen observationeel onderzoek bij het Bristol Homeopathic Hospital omvatte meer dan <strong>6500 verschillende pati\u00ebnten <\/strong>tijdens meer dan 23000 consulten over een periode van zes jaar<a href=\"https:\/\/pubmed.ncbi.nlm.nih.gov\/16296912\/\"><sup>3<\/sup><\/a>; <strong>70% van de pati\u00ebnten meldde in de nazorg verbetering van hun gezondheid, waarvan 50% een aanzienlijke verbetering. <\/strong>De grootste verbetering werden gemeld bij kindereczeem en astma, en bij darmontstekingen, PDS, problemen met de menopauze en migraine.<a name=\"Pilot\"><\/a><\/p>\n<p class=\"no-margin\"><strong><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/18657769\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Bristol, Glasgow, Liverpool, London and Tunbridge Wells<\/a> <\/strong>(2008)<br \/>\nIn deze pilot studie werden de gegevens verzameld van <strong>1602 nazorg afspraken van pati\u00ebnten <\/strong>van alle vijf NHS Homeopathische ziekenhuizen over een periode van een maand<a href=\"https:\/\/pubmed.ncbi.nlm.nih.gov\/18657769\/\"><sup>4<\/sup><\/a>; bij hun tweede homeopathische afspraak rapporteerde 34% van de pati\u00ebnten een verbetering in hun dagelijks functioneren. Voor pati\u00ebnten <strong>bij hun zesde afspraak<\/strong> was de <strong>bijbehorende verbetering 59%. <\/strong>Eczeem, CVS, menopauze problemen, osteoartritis en depressie waren de \u2018top vijf\u2019 doorverwezen aandoeningen.<p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f3d8\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f3d8\">Kenmerkend voor de pati\u00ebnten die naar de homeopathische ziekenhuizen van de NHS werden verwezen zijn chronische ziekten waarvoor beschikbare conventionele behandelingen niet voldoende effectief zijn geweest. In totaal stelde de studie 235 verschillende medische klachten vast die gedurende een maand in de ziekenhuizen werden behandeld. Veel pati\u00ebnten hadden meerdere klachten. De studie toonde aan dat de gemelde verbeteringen van de gezondheid bij sommige medische aandoeningen sneller optraden dan bij andere. De bevindingen van de pilot waren input voor een programma van standaarden voor effecten van behandeling in de homeopathische ziekenhuizen van de NHS.<\/div><!-- nl --><\/p>\n<p><strong><a href=\"https:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/27914570\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Bristol Homeopathic Hospital <\/a><\/strong>(2016)<br \/>\nDit recente onderzoek met iets minder dan <strong>200 pati\u00ebnten<\/strong>, uitgevoerd aan het Bristol Homeopathic Hospital, liet zien dat pati\u00ebnten met langdurige aandoeningen die in de homeopathische zorg terecht komen <strong>statistisch significante verbeteringen in hun gepresenteerde symptomen en hun welzijn<\/strong> ondervonden, en bevestigde daarmee de resultaten van de studie uit 2005.<sup><a href=\"https:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/27914570\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">5<\/a><\/sup>\u00a0 <p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f3e7\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f3e7\">Aan het onderzoek namen in totaal <strong>198 pati\u00ebnten met 1 tot 5 consulten<\/strong> deel waarbij het \u2018patient reported outcome measure\u2019 formulier (MYMOP2) werd gebruikt. Meest voorkomende aandoeningen waren gezwellen, psychologische en genito-urinaire klachten, terwijl de meest gemelde symptomen pijn, mentale symptomen en vermoeidheid dan wel uitputting betroffen. Een analyse van behandelplannen toonde aan dat de <strong>gemiddelde MYMOP2 <em>score change<\/em> van 1,24<\/strong> werd bereikt tussen het eerste en laatste consult, met verbeteringen die statistisch significant waren voor zowel mensen die tot het eind meededen als die voortijdig afhaakten (p&lt;0,001).<\/div><!-- nl --><\/p>\n<h3><span class=\"accent\"><strong>France<\/strong><\/span><\/h3>\n<p><strong><a href=\"https:\/\/www.hri-research.org\/wp-content\/uploads\/2022\/04\/HRI_RIF_36_Robertsetal_EPI3_LASER_study.pdf\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">&#8216;EPI3&#8217; Project <\/a><\/strong>(2008-2012)<br \/>\nHomeopathie wordt in Frankrijk veel gebruikt en een belangrijk onderzoek &#8211; genaamd de EPI3 studie<sup><span style=\"font-size: 12px;\"><a href=\"http:\/\/bmjopen.bmj.com\/content\/1\/2\/e000215.long\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">6<\/a><\/span><\/sup> &#8211; volgde 8559 pati\u00ebnten van huisartsenpraktijken om de effectiviteit van homeopathische behandeling te beoordelen. Onder de auteurs van het onderzoek waren Lucien Abenhaim -de Franse Directeur-generaal voor Gezondheid &#8211; en anderen van gewaardeerde academische instituten zoals het Pasteur Instituut in Parijs, de Universiteit van Bordeaux en McGill Universiteit van Montr\u00e9al.<\/p>\n<p>De belangrijkste bevindingen van het EPI3 project zijn:<\/p>\n<ul>\n<li><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pmc\/articles\/PMC3960096\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\"><strong>Ontsteking van de bovenste luchtwegen <\/strong> <\/a>(URTIs)<br \/>\nPati\u00ebnten die behandeld waren door huisartsen met een training in homeopathie knapten klinisch gezien even goed op als zij die conventionele middelen kregen, maar hadden minder conventionele middelen nodig.<span style=\"font-size: 12px;\"><sup><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pmc\/articles\/PMC3960096\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">7<\/a><br \/>\n<\/sup><\/span><p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f3f3\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f3f3\">Deze studie onderzocht het gebruik van antibiotica en koortsverlagende middelen c.q. ontstekingsremmers voor de behandeling van bovenste luchtweginfecties (URTIs). De groep deelnemers bestond uit 518 volwassenen en kinderen met URTI\u2019s. Pati\u00ebnten die een huisarts bezochten die met homeopathie werkt gebruikten beduidend minder antibiotica (OR=0,43, CI: 0,27-0,68) en koortsverlagende middelen c.q. ontstekingsremmers; zij vertoonden dezelfde verbetering bij vergelijkbare symptomen.<\/div><!-- nl --><\/li>\n<li><strong><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/22782803\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Spier- en gewrichtsproblemen<\/a><\/strong> (MSDs)<br \/>\nPati\u00ebnten die met homeopathie waren behandeld deden het klinisch even goed als degenen die met conventionele middelen waren behandeld, maar gebruikten maar half zoveel ontstekingsremmers (NSAID\u2019s) en hadden minder NSAID-gerelateerde bijwerkingen.<sup><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/22782803\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">8<\/a><br \/>\n<\/sup><p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f400\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f400\">1153 In aanmerking komende pati\u00ebnten met MSD werden gedurende 12 maanden gevolgd; daarbij werden groepen vergeleken die ofwel volledig homeopathisch werden behandeld (N=371) ofwel conventioneel (CM; N=272); ook was er een gemengde groep met een mix van beide behandelwijzen (N=510). Het enige verschil tussen de groepen pati\u00ebnten was de duur van de klachten, in de homeopathie-groep was die langer (62,1%) dan in de CM (48,6%) en de gemengde groep (50,3%). De ontwikkeling gedurende 12 maanden van bepaalde functionele scores was identiek in alle groepen (p&gt;0,05). Na bijstelling voor <em>propensity scores<\/em> bleek het gebruik van NSAID\u2019s in de homeopathiegroep de helft (OR=0,54; 95%CI) te zijn van het gebruik in de CM groep; er was geen statistisch relevant verschil ten opzichte van de gemengde groep (OR= 0,81; 95% CI: 0,59-1,15). MSD pati\u00ebnten uit de homeopathische praktijken lieten eenzelfde klinische progressie zien terwijl ze aan minder NSAID\u2019s waren blootgesteld dan de CM groep, met minder bijwerkingen door de NSAID\u2019s en zonder verlies van de kans op genezing.<br \/>\n<\/div><!-- nl --><\/li>\n<li><strong><a href=\"http:\/\/bmjopen.bmj.com\/content\/2\/6\/e001498.full\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Slaap-, angst- en depressieve stoornissen (SADD)<\/a><\/strong><br \/>\nPati\u00ebnten die behandeld werden door gediplomeerde homeopaten kregen minder psychofarmaca.<sup><span style=\"font-size: 12px;\"><a href=\"http:\/\/bmjopen.bmj.com\/content\/2\/6\/e001498.full\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">9<\/a><br \/>\n<\/span><\/sup><p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f40c\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f40c\">De EPI3 \u2018SADD\u2019 studie omvatte 1572 pati\u00ebnten die gediagnosticeerd waren met slaap- en angststoornissen of depressies, die behandeling voor hun klachten hadden gezocht bij huisartsen (HA\u2019s) met drie verschillende praktijkvoorkeuren: strikt conventioneel (GP-CM), gemengd complementair en conventioneel (GP-Mx) en gediplomeerd homeopathisch (GP-Ho). Psychofarmaca werden meer voorgeschreven bij de GP-CM (64%) dan bij de GP-Mx (55,4%) groep en GP-Ho (31,2%). De ernst van de SADD was in de drie groepen gelijk in termen van bijkomende aandoeningen en kwaliteit van leven.<\/div><!-- nl --><\/li>\n<\/ul>\n<h3><span class=\"accent\">Itali\u00eb <\/span><\/h3>\n<p class=\"no-margin\"><strong><br \/>\n<a href=\"https:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/29549880\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Twintig jaar ervaring met homeopathie ge\u00efntegreerd in de systemen voor de volksgezondheid in Toscane <\/a>\u00a0<\/strong>(2018)<br \/>\nVanaf 1996 is in de regio Toscane in Itali\u00eb de complementaire gezondheidszorg (CAM), inclusief homeopathie, gaandeweg ge\u00efntegreerd in de systemen voor volksgezondheid systemen. Dat omvat drie voornamelijk homeopathische klinieken in Lucca: de algemene homeopathische geneeskundige kliniek (opgericht in 1998), de homeopathische kliniek voor vrouwen (opgericht in 2003) en de kliniek voor CAM en voedingsleefregels bij kanker (opgericht 2010). Na twintig jaar praktijkervaring, verzamelen van longitudinale waarnemingsgegevens van 5877 pati\u00ebnten en twintig onderzoeken, gepubliceerd in <em>peer reviewed<\/em> tijdschriften, waren de resultaten helder: <strong>homeopathie en CAM worden erkend als waardevolle manieren om te voldoen aan de zorg voor de bevolking van Toscane, die daarmee bovendien beschikt over een doelmatige en blijvende homeopathische voorziening tegen economisch verantwoorde kosten. <\/strong><p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f41a\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f41a\">Onderzocht werd de impact van de klinische aandoening van de pati\u00ebnten voor en na de behandeling, waarbij \u2018Outcome in Relation to Daily Living (ORIDL, Nederlands: resultaat in relatie tot het dagelijks leven) werd gebruikt. <strong>Verbeteringen in ORIDL werden gezien in 88,8% van de pati\u00ebntenpopulatie en aanzienlijke verbeteringen bij 68,1%; <\/strong>in de vrouwenkliniek waren die <strong>verbeteringen<\/strong> <strong>respectievelijk<\/strong> <strong>74,1% en 61,2%. <\/strong>In de kliniek voor kankerbehandeling was het resultaat van homeopathie en CAM behandeling voor de bijwerkingen van antikanker therapie\u00ebn <strong>effectief in 89,1% van de nazorg bij kankerpati\u00ebnten,<\/strong> met name opvliegers, misselijkheid, depressie, zwakte en angst.<sup><span style=\"font-size: 12px;\"><a href=\"https:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/29549880\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">10<\/a><\/span><\/sup>\u00a0<\/div><!-- nl --><\/p>\n<h3><span class=\"accent\">Duitsland<\/span><\/h3>\n<p class=\"no-margin\"><strong><br \/>\n<a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/16036164\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Homeopathie vergeleken met conventionele zorg <\/a><\/strong>(2005)<br \/>\nEen studie, uitgevoerd in opdracht van een Duitse gezondheidsverzekeraar met als doel een beslissing te nemen over voortzetting van homeopathische behandelingen onderzocht de waarde van homeopathie bij de behandeling van chronische aandoeningen zoals die gewoonlijk in de praktijk voorkomen.<sup><span style=\"font-size: 12px;\"><a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/16036164\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">11<\/a><\/span><\/sup><\/p>\n<p class=\"no-margin\"><strong>493 pati\u00ebnten<\/strong> (315 volwassenen, 178 kinderen) die behandeld werden door huisartsen ontvingen ofwel conventionele, ofwel homeopathische medicijnen. Het onderzoek vond, dat <strong>pati\u00ebnten in de homeopathie-groep een grotere verbetering meldden dan diegenen in de conventionele groep (p=0,002) zonder een significant verschil in kosten.<\/strong><p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f426\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f426\">De onderzoeken van de artsen lieten zien dat kinderen die homeopathische middelen hadden gekregen een betere klinische reactie hadden dan degenen die conventionele medicijnen hadden ontvangen (p=0,001). De behandelde aandoeningen waren hoofdpijn, lage rugklachten, depressie, slapeloosheid en sinusitis bij volwassenen; en allergische rhinitis en astma bij kinderen. Naar aanleiding van de publicatie besloot de verzekeringsmaatschappij (Innungskrankenkasse Hamburg) om homeopathische behandelingen te blijven vergoeden.<\/div><!-- nl --><\/p>\n<p class=\"no-margin\"><a href=\"http:\/\/www.biomedcentral.com\/1471-2458\/8\/413\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\"><strong>Acht jaar nazorg bij chronisch zieke pati\u00ebnten die met homeopathie werden behandeld<\/strong>\u00a0<\/a>(2008)<br \/>\nDit onderzoek volgde meer dan 3500 volwassenen en kinderen die regelmatig homeopathisch werden behandeld door huisartsen.<sup><a href=\"http:\/\/www.biomedcentral.com\/1471-2458\/8\/413\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">12<\/a><\/sup> Het toonde aan, dat \u201c<strong>pati\u00ebnten die kwamen voor een homeopathische behandeling een grote kans hebben aanzienlijk op te knappen\u201d.<\/strong> Bij de start werden 97% van de deelnemers gediagnosticeerd met een chronische aandoening., waarvan 95% verklaarde eerder conventionele behandeling te hebben gehad. De ernst van de aandoening nam aanzienlijk af (p&lt;0,001) tussen de start van de studie en 2 jaar, resp. 8 jaar na de homeopathische behandeling. Opvallend was, dat de cijfers na 8 jaar bijna identiek waren aan die na 2 jaar, wat wijst op doorgaande gezondheidswinst op lange termijn.<p><a href=\"#\" class=\"expand-content\" id=\"6a9bb09b7f432\"><span class=\"expand-content-more\">More<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f432\">Deze 8 jarige longitudinale cohort studie betrof pati\u00ebnten in de gewone gezondheidszorg, behandeld door huisartsen die waren gekwalificeerd voor homeopathie. De studie omvatte 3709 pati\u00ebnten, 73% van hen leverde gegevens aan voor de 8-jarige nazorg, dat wil zeggen 2722 volwassenen (72,8% vrouwelijk geslacht, leeftijd bij aanvang 41.0 \u00b1 12,3 jaar) en 819 kinderen (48,4% vrouwelijk geslacht, leeftijd 6,5 \u00b1 4.0 jaar). de meest voorkomende diagnoses waren allergische rhinitis en hoofdpijn bij de volwassenen en atopische dermatitis en meerdere terugkerende infecties bij kinderen.<\/p>\n<p>De belangrijkste metingen, waarbij conventioneel medisch onderzoekinstrumentarium werd ingezet, betrof de kwaliteit van leven (QL) en lijsten waarop de ernst kon worden aangegeven. Een op de twee pati\u00ebnten had over de periode van acht jaar een reductie van 50% in de ernst van de symptomen ervaren, met een overeenkomstige verbetering in QL metingen. Van de volwassenen had bijna 50% van de deelnemers (67,4% van de totale populatie van deze studie) \u201cklinisch relevant succes van de behandeling ervaren\u201d (de ernst van de klachten was met 2 punten op een schaal van 10 afgenomen). Bij kinderen was dat 80%. Voorspellend voor een beter therapeutisch succes waren: lagere leeftijd, vrouwelijk geslacht en ernstiger ziektebeeld aan het begin van de studie.<\/div><!-- nl --><\/p>\n<p><a href=\"#\" class=\"expand-content button accent-bg\" id=\"6a9bb09b7f451\"><span class=\"expand-content-more\">Referenties<\/span><span class=\"expand-content-less\">Less<\/span><\/a><\/p><div class=\"collapse-content\" id=\"panel-6a9bb09b7f451\">\n<ol>\n<li>Richardson W R. Patient benefit survey: Liverpool Regional Department of Homoeopathic Medicine. <em>Br Homeopath J<\/em>, 2001; <strong>90<\/strong>: 158-162 | <a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/11479784\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">PubMed<\/a><\/li>\n<li>Sharples F, van Haselen R, Fisher P. NHS patients&#8217; perspective on complementary medicine. <em>Complement Ther Med<\/em>, 2003; <strong>11:\u00a0<\/strong>243-248 |\u00a0<a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/15022657\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">PubMed<\/a><\/li>\n<li>Spence D, Thompson E A, Barron S J. Homeopathic treatment for chronic disease: a 6-year university-hospital outpatient observational study. <em>J Altern Complement Med,<\/em> 2005; <strong>5<\/strong>: 793-798 | <a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/16296912\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">PubMed<\/a><\/li>\n<li>Thompson E A, Mathie R T, Baitson E S, Barron S J, Berkovitz S R, Brands M, Fisher P, Kirby T M, Leckridge R W, Mercer S W, Nielsen H J, Ratsey D H K, Reilly D, Roniger H, Whitmarsh TE (2008). Towards standard setting for patient-reported outcomes in the NHS homeopathic hospitals. <em>Homeopathy<\/em>, 2008;\u00a0<strong>97<\/strong>: 114-121 | <a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/18657769\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">PubMed<\/a><\/li>\n<li>Thompson E, Viksveen P, Barron S. A patient reported outcome measure in homeopathic clinical practice for long term conditions.\u00a0<em>Homeopathy<\/em>, 2016;\u00a0<strong>105(4)<\/strong>: 309-317 | <a href=\"https:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/27914570\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">PubMed<\/a><\/li>\n<li>Grimaldi-Bensouda, L. <em>et al.<\/em> Benchmarking the burden of 100 diseases: results of a nationwide representative survey within general practices. <em>BMJ Open, 2011;<\/em>\u00a0<strong>1:\u00a0<\/strong>e000215 |\u00a0<a href=\"http:\/\/bmjopen.bmj.com\/content\/1\/2\/e000215.long\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Full text<\/a><\/li>\n<li>Grimaldi-Bensouda, L. <em>et al.<\/em> Management of upper respiratory tract infections by different medical practices, including homeopathy, and consumption of antibiotics in primary care: the EPI3 cohort study in France 2007-2008. <em>PLoS One, <\/em>2014;<em>\u00a0<\/em><strong>9:\u00a0<\/strong>e89990 | <a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pmc\/articles\/PMC3960096\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Full text<\/a><\/li>\n<li>Rossignol, M. <em>et al.<\/em> Impact of physician preferences for homeopathic or conventional medicines on patients with musculoskeletal disorders: results from the EPI3-MSD cohort. <em> Drug Saf.,<\/em> 2012; <strong>21:\u00a0<\/strong>1093\u20131101 |\u00a0<a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/22782803\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">PubMed<\/a><\/li>\n<li>Grimaldi-Bensouda, L. <em>et al.<\/em> Who seeks primary care for sleep, anxiety and depressive disorders from physicians prescribing homeopathic and other complementary medicine? Results from the EPI3 population survey. <em>BMJ Open, <\/em>2012;<em>\u00a0<\/em><strong>2 |\u00a0<\/strong><a href=\"http:\/\/bmjopen.bmj.com\/content\/2\/6\/e001498.full\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Full text<\/a><\/li>\n<li>Rossi E, et al. Integration of Homeopathy and Complementary Medicine in the Tuscan Public Health System and the Experience of the Homeopathic Clinic of the Lucca Hospital.\u00a0<em>Homeopathy,\u00a0<\/em> 2018;\u00a0<strong>107(2)<\/strong>: 90-98 |\u00a0<a href=\"https:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/29549880\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">PubMed<\/a><\/li>\n<li>Witt C, Keil T, Selim D, <em>et al<\/em>. Outcome and costs of homeopathic and conventional treatmentstrategies: a comparative cohort study in patients with chronic disorders. <em>Complement Ther Med,<\/em> 2005; <strong>13<\/strong>: 79-86 | <a href=\"http:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/16036164\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">PubMed<\/a><\/li>\n<li>Witt, C. M., L\u00fcdtke, R., Mengler, N. &amp; Willich, S. N. How healthy are chronically ill patients after eight years of homeopathic treatment?&#8211;Results from a long term observational study. <em>BMC Public Health,<\/em>\u00a02008;\u00a0<strong>8:\u00a0<\/strong>413 | <a href=\"http:\/\/www.biomedcentral.com\/1471-2458\/8\/413\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">Full text<\/a>\u00a0<\/div><!-- nl --><\/li>\n<\/ol>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Voor leveranciers, pati\u00ebnten en\u00a0 klinisch medici is het belangrijkste, niet hoe goed een behandeling blijkt te zijn onder de kunstmatige gecontroleerde omstandigheden van een \u2018gerandomiseerde, gecontroleerde proef\u2019 (RCT), maar hoe de resultaten in de klinische praktijk zijn. Bewijs uit \u2019niet-gecontroleerde waarnemingsstudies\u2019 geeft inzicht in de veranderingen bij pati\u00ebnten die een behandeling door homeopaten hebben gekregen. [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":835,"featured_media":0,"parent":15012,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-29589","page","type-page","status-publish","hentry"],"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/29589","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/835"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=29589"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/29589\/revisions"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/15012"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.hri-research.org\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=29589"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}